| 58 plus Module |
|
| Keuzevariant in de beleggingsprofielen, waarbij het vermogen op een renterekening (in de vorm van liquiditeiten) wordt vastgezet met het doel beleggingsrisico's in het leeftijdstraject tussen 58 jaar en 62 jaar te vermijden. Op de renterekening wordt alleen rente en overlevingstoeslag bijgeschreven. |
| Aandeel |
|
| Een bewijs van deelneming in het kapitaal van een naamloze vennootschap. |
| Afkoop |
|
| Afkopen betekent dat het pensioenfonds een bedrag ineens betaalt ter vervanging van de pensioenaanspraken. Na ontvangst van de afkoopsom is de verzekering vervallen. |
| Algemene loonsverhoging |
|
| Een algemene loonsverhoging is een schaalverhoging die bij CAO wordt afgesproken. Als de werkgever en de vakorganisaties overeenkomen alle salarissen en salarisschalen per 1 januari met bijvoorbeeld 2% te verhogen, noemen we dat een algemene loonsverhoging. Voor werknemers worden de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen steeds verhoogd met de algemene loonsverhoging. |
| Anw |
|
|
De Algemene nabestaandenwet (Anw) is een volksverzekering die voorziet in uitkeringen bij overlijden ten behoeve van een achterblijvende partner en kinderen. Volgens de Anw is eenieder, met wie de overledene samenwoonde, nabestaande. Dus ook een broer of zus, vriend of vriendin. Als de achterblijvende partner eigen inkomsten heeft uit arbeid (salaris) of inkomsten in verband met arbeid (WW, WAO, wachtgeld,VUT etc.) dan wordt dit (deels) gekort op de Anw-uitkering.
In de nieuwe pensioenregeling wordt de wettelijke Anw-uitkering vervangen door het Anw-vervangend nabestaandenpensioen. |
| Anw-hiaat |
|
| Met het Anw-hiaat wordt het verschil bedoeld tussen het niveau van de wettelijke uitkering voor achterblijvende partners zoals die tot 1 juli 1996 bestond (AWW) en de daarop volgende Anw-uitkering. Aangezien de nieuwe Anw in een aanzienlijk aantal gevallen minder of zelfs niet uitkeert aan de nabestaanden wordt gesproken van een hiaat. |
| Anw-vervangend nabestaandenpensioen |
|
| Dit pensioen is onderdeel van de nieuwe pensioenregeling en dient om bij overlijden in actieve dienst aan de nabestaanden een pensioen toe te kennen van circa € 8.700 (2009) of € 10.600 (2009) (indien geboren voor 1950 en onafgebroken deelnemer sinds 31.12.2000), te betalen tot 65 jaar van de partner. Dit pensioen vervangt de wettelijke Anw-uitkering. |
| AOW |
|
|
De Algemene Ouderdomswet (AOW) biedt vanaf 65 jaar voor elke burger een bestaansminimum ter grootte van het nettominimumloon. Dit niveau geldt voor een samenlevend paar met volledig recht op AOW.
Dit zijn de uitkeringsniveaus:
Het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde bedraagt 70% van het netto minimumloon per maand.
Het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde bedraagt 50% van het netto minimumloon per maand.
Het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar en voor wie hij/zij kinderbijslag ontvangt, bedraagt 90% van het netto minimumloon per maand. |
| Backservice |
|
| Wanneer in een (eindloon) pensioenregeling is bepaald dat over salarisverhogingen niet alleen voor de toekomstige maar ook voor verstreken dienstjaren pensioen wordt opgebouwd, dan noemen we het deel, dat betrekking heeft op het verleden, de backservice. |
| Beleggingsprofiel |
|
| Met beleggingsprofiel wordt de combinatie bedoeld van beleggingen in aandelen en vastrentende waarden die bepalend is voor het beleggingsrendement op een spaardepot. Een aandeel is een bewijs van deelneming in het kapitaal van een naamloze vennootschap. Vastrentende waarden bestaan uit obligaties en onderhandse leningen. |
| Beschikbarepremieregeling |
|
|
Financieringssysteem voor pensioenen. De premie die werkgever en werknemer betalen, vormt het uitgangspunt voor pensioenopbouw.
Bij een beschikbare premieregeling is eigenlijk sprake van een premietoezegging in plaats van een pensioentoezegging. Het doel blijft natuurlijk pensioen, uitgangspunt is echter een premie, uitgedrukt als percentage van het salaris of van de pensioengrondslag of als een vast bedrag.
In de nieuwe pensioenregeling geldt een beschikbare premieregeling voorzover het vast jaarsalaris (exclusief dienstroostertoeslag) uitstijgt boven € 57.983 (opbouwgrensbedrag 2009). Het vaste jaarsalaris is het bedrag dat u volgens de CAO-schaal op jaarbasis verdient; dat is dus inclusief vakantiegeld en exclusief variabele inkomen zoals bijvoorbeeld de winstuitkering. |
| Bijzonder nabestaandenpensioen |
|
| Een bijzonder nabestaandenpensioen is het deel van het nabestaandenpensioen dat als gevolg van echtscheiding aan de ex-echtgenoot is toegewezen. |
|
|
|
| Met carričre bedoelen we de mate waarin zich een loopbaan ontwikkelt. In een middelloon pensioenregeling worden de individuele carričreverhogingen van het inkomen alleen over het lopende en de toekomstige jaren in pensioenaanspraken vertaald. In een eindloonregeling wordt een individuele salarisverhoging over alle dienstjaren meegerekend. |
| Combinatiemodule |
|
| Een door het Akzo Nobel Pensioenfonds geboden beleggingsprofiel, waarbij een leeftijdsafhankelijke verhouding tussen aandelen en vastrentende waarden bestaat. |
| Deeltijd |
|
| Bij werken in deeltijd wordt pensioen naar evenredigheid opgebouwd. In zulke gevallen zullen de franchise (jaar 2009: in voltijd circa € 15.199) en de opbouwbovengrens (jaar 2009: in voltijd € 57.983) ook in deeltijd worden vastgesteld. |
| Demotie |
|
| Salarisverlaging; demotie is eigenlijk een omgekeerde promotie. (Her)plaatsing in functies met lagere beloning heeft gevolgen voor de pensioenopbouw. In de praktijk zien we vaak dat speciale pensioentoezeggingen in het reglement of ad hoc individueel, ervoor zorgen dat opgebouwde pensioenrechten niet worden aangetast door de salarisverlaging |
| Eindloon pensioenregeling |
|
| In een eindloon pensioenregeling wordt het te betalen ouderdomspensioen bepaald door het salaris dat de werknemer vlak voor pensioeningang verdiende. |
| Fiscaal bovenmatig/maximum |
|
| De fiscus laat niet toe dat een pensioenuitkering in verhouding tot het genoten salaris boven bepaalde maxima komt. Bij overschrijding moet het bovenmatige deel worden afgekocht (vervangen worden door een bedrag ineens). |
| Franchise |
|
|
Omdat elke burger AOW vanaf 65 jaar ontvangt, wordt er in het bedrijfsleven bij voorbaat rekening gehouden met deze AOW voor de vaststelling van het ondernemingspensioen. Een deel van het salaris wordt niet meegenomen voor de pensioenopbouw, dit deel heet 'franchise'.
Als franchise wordt in Nederland ook wel een vast bedrag genomen dat jaarlijks wordt geďndexeerd.
De franchise in de pensioenregeling is voor 2009 bepaald op circa € 15.199 op jaarbasis en wordt naar de toekomst geďndexeerd met het wettelijk minimumloon. |
| Grondslagverbreding |
|
| In de pensioenregeling wordt, naast de opbouw over het vaste inkomen, ook pensioen opgebouwd over de variabele looncomponenten, zoals winstuitkering of verkochte verlofdagen. |
| Herschikken |
|
|
In de pensioenregeling wordt standaard alleen ouderdomspensioen opgebouwd. De werknemer kan aan het einde van zijn loopbaan zelf bepalen
- op welke wijze de eventuele vrijwillig gespaarde bedragen aan pensioen worden besteed
- wanneer het pensioen ingaat
- of er een nabestaandenpensioen meeverzekerd moet worden.
De werknemer kan dit doen door het herschikken (dat is: onderling uitruilen) van zijn opgebouwde aanspraken en spaargelden. |
| Incidentele storting |
|
| Een incidentele storting is een eenmalige storting, dit in tegenstelling tot de maandelijkse storting die elke maand plaatsvindt. Deze term wordt gebruikt bij de regeling Vrijwillig Pensioensparen. |
| Indexatie |
|
| In het algemeen betekent indexatie aanpassing volgens een bepaald stijgingspercentage. Een pensioen dat wordt aangepast aan de stijging van de prijzen is een waardevast pensioen. Met andere woorden de koopkracht van de pensioenuitkering blijft dezelfde. Uitgangspunt van aanpassing is de stijging van het prijsindexcijfer. Bij een waardevast pensioen groeit de uitkering dus niet mee met het algemene welvaartspeil. |
| Inflatiecorrectie |
|
| In het algemeen betekent inflatiecorrectie aanpassing aan de stijging van de prijzen. Een pensioen dat wordt aangepast aan de stijging van de prijzen is een waardevast pensioen. Met andere woorden de koopkracht van de pensioenuitkering blijft dezelfde. Uitgangspunt van aanpassing is de stijging van het prijsindexcijfer. |
| Inhaalpensioen |
|
We spreken van inhaalpensioen als de pensioenaanspraak pas wordt toegekend nadat de periode waarop de aanspraak betrekking heeft (verstreken dienstjaren), al voorbij is. In de nieuwe pensioenregeling wordt voor hen die - geboren zijn na 1952 - het prepensioen over dienstjaren die liggen voor 2001, eerst opgebouwd tussen 52 en 62 jaar. Dit deel heet dus inhaal(pre)pensioen. |
| Kapitaal beschikbare premieregeling |
|
Het gespaarde kapitaal dat uit hoofde van de Beschikbare Premieregeling is opgebouwd. Dit kapitaal wordt gevormd door de ingelegde premies, rendement en overlevingstoeslagen. Voor dit kapitaal zal bij ingang van het ouderdomspensioen een extra pensioen worden ingekocht. |
| Kapitaal vrijwillig pensioensparen |
|
| Het gespaarde kapitaal dat uit hoofde van de regeling Vrijwillig Pensioensparen is opgebouwd. Dit kapitaal wordt gevormd door de ingelegde premies en beleggingsopbrengsten. Voor dit kapitaal zal bij ingang van het ouderdomspensioen een extra pensioen worden ingekocht. |
| Levenslang nabestaandenpensioen |
|
| Een nabestaandenpensioen wordt betaald aan de achterblijvende partner van een overleden (ex-) werknemer en wel tot het overlijden van die partner. |
| Levenslang ouderdomspensioen |
|
| Een ouderdomspensioen is een pensioen dat betaald wordt indien de verzekerde leeft op een in de regeling vastgelegde pensioendatum. |
| Middelloon |
|
| In een middelloon pensioenregeling wordt pensioen opgebouwd over het gemiddeld verdiende loon, ofwel het middelloon. Feitelijk wordt in de nieuwe pensioenregeling gerekend met een middeling van het geďndexeerde verdiende inkomen. Indexering vindt plaats met de algemene salarisverhogingen. |
| Obligatie |
|
| Rentedragende beursgenoteerde schuldvordering. |
| Onderhandse lening |
|
| Rentedragende niet-beursgenoteerde schuldvordering. |
| Opbouwgrensbedrag |
|
| In de pensioenregeling wordt middelloonpensioen opgebouwd tot een jaarsalaris van € 57.983 (jaar 2009). Dit heet in de regeling het opbouwgrensbedrag. Boven deze grens wordt een premie beschikbaar gesteld met het doel voor pensioen te sparen. |
| Overlevingstoeslag |
|
|
In de beschikbare premieregeling wordt het gespaarde vermogen telkens verhoogd met
- rendement uit de beleggingen
- de nieuwe premies en
- een overlevingstoeslag.
Deze overlevingstoeslag zorgt ervoor dat, bij een theoretische beleggingsopbrengst, het spaarsaldo voldoende is om op 62-jarige leeftijd een passend levenslang ouderdomspensioen te financieren. De toeslag wordt bepaald aan de hand van statistische waarnemingen van de gemiddelde levensverwachting in Nederland. |
| Pensioenbreuk |
|
Pensioenbreuk kan optreden wanneer u van baan verandert. De breuk ontstaat omdat u bij verandering van baan ook van pensioenregeling wisselt. Als u altijd in dezelfde pensioenregeling (bij dezelfde werkgever) zou blijven, zou geen breuk optreden en zou u het pensioen uit die regeling over alle dienstjaren krijgen. Pensioenbreuk kan optreden wanneer uw vorige pensioenverzekeraar uw premievrije aanspraken niet of niet volledig aanpast aan prijs- of loonontwikkeling. Bij uw nieuwe werkgever krijgt u als gevolg van carričreontwikkelingen misschien een hoger salaris. Het pensioen bij de oude werkgever wordt hieraan niet aangepast. Dat zou wel gebeurd zijn als u bij de oude onderneming was blijven werken. |
| Pensioensparen |
|
| De regeling Vrijwillig Pensioensparen maakt het mogelijk om tijdens het dienstverband bij het pensioenfonds te sparen voor extra ouderdoms- en nabestaandenpensioen. |
| Pensioensysteem |
|
| De beschrijving van een methode waarmee op basis van salaris, dienstjaren en premies de pensioenopbouw wordt bereikt. |
| Performance |
|
| Procentuele aanduiding van beleggingsresultaten gerekend over een bepaalde periode (beleggingsopbrengsten plus of min koersresultaten van de portefeuille). |
| Ploegendienstpensioen |
|
| Een pensioenaanspraak die uitsluitend gebaseerd is op verdiende ploegendiensttoeslag. In de nieuwe pensioenregeling telt elke maand, waarin in ploegendienst gewerkt wordt, mee voor de pensioenopbouw. |
| Premievrije rechten |
|
| De aanspraken die bij ontslag - naar evenredigheid van doorlopen dienstjaren - in de pensioenregeling zijn opgebouwd. De premievrije rechten worden op een premievrije polis vastgelegd. Deze aanspraken kunnen middels waardeoverdracht aan de pensioenuitvoerder van een volgende werkgever worden overgedragen. |
| Prepensioen |
|
| Ouderdomspensioen dat vóór de 65-jarige leeftijd wordt uitbetaald. |
| Prijsindexcijfer |
|
| Het prijsindexcijfer geeft de mate weer van prijsveranderingen, die optreden in de economie (processen van diensten, productie en bestedingen). |
| Promotie |
|
| Overstap naar een functie die in een hogere salarisschaal is ingedeeld. |
| Rendement |
|
Beleggingsopbrengsten van de portefeuille. Een portefeuille kan samengesteld zijn uit aandelen, vastrentende waarden en liquiditeiten. |
| Renterekening |
|
| Rekening waarop uitsluitend (spaar) rente wordt bijgeschreven. |
| Risicoverzekering |
|
| De verzekering van nabestaandenpensioen voor overlijden tijdens dienstverband is een zogenoemde risicoverzekering. Een risicoverzekering heeft geen waarde meer na beëindiging van het dienstverband. Dit geldt bijvoorbeeld ook na beëindiging van een brandverzekering of een reisverzekering. |
| Ruilvoet |
|
| De ruilvoet geeft aan welk deel van (bijvoorbeeld) het levenslang ouderdomspensioen moet worden ingeleverd om voor verzekering van nabestaandenpensioen in aanmerking te komen. |
| Sexe-neutraal |
|
Pensioenkosten zijn voor mannen en vrouwen verschillend. Dit komt omdat de gemiddelde levensverwachting van vrouwen hoger is dan die van mannen. Om te vermijden dat hierdoor voor bijvoorbeeld Vrijwillig Pensioensparen de prijskaartjes gaan verschillen is er een sexe-neutraal tarief. Dit tarief is voor mannen en vrouwen gelijk. |
| Tijdelijk nabestaandenpensioen |
|
| Een tijdelijk nabestaandenpensioen wordt betaald aan de achterblijvende partner van een overleden werknemer en wel totdat de partner de 65-jarige leeftijd bereikt. |
| Tijdelijk ouderdomspensioen |
|
| Tijdelijk ouderdomspensioen is een pensioen dat betaald wordt indien de verzekerde leeft in een vooraf vastgestelde periode. Een ouderdomspensioen dat uitsluitend tussen 62 en 65 jaar betaald wordt is een tijdelijk ouderdomspensioen. |
| Variabel inkomen |
|
| In de pensioenregeling wordt naast de opbouw over het vaste inkomen ook pensioen opgebouwd over de variabele looncomponenten, zoals winstuitkering of verkochte verlofdagen. |
| Vastrentende waarden |
|
| Het geheel van obligaties en onderhandse leningen. |
| Waardeoverdracht |
|
Veel werkgevers zijn al jaren bereid pensioenaanspraken uit vorige dienstbetrekkingen in te nemen en daarvoor denkbeeldige dienstjaren te geven. We noemen dit waardeoverdacht. Een wijziging in de Pensioen- en spaarfondsenwet in 1994 zorgde ervoor dat bij elke nieuwe verandering van dienstbetrekking overdracht van pensioenwaarden mogelijk is. U kunt dus in de toekomst, als u van baan wisselt, waardeoverdracht eisen. |
| Waardevast |
|
| Een pensioen is waardevast als de algemene prijsstijgingen door pensioenverhogingen worden gecompenseerd. |
| Wachttijd |
|
|
Tijd die in acht genomen moet worden om tot de pensioenregeling toe te treden. In sommige pensioenregelingen zien we dat er een bepaalde periode, bijvoorbeeld 6 maanden, sprake moet zijn van een dienstverband om voor pensioenopbouw in aanmerking te komen.
In de nieuwe pensioenregeling worden geen wachttijden gehanteerd. |
| Welvaartsvast |
|
| Een pensioen is welvaartsvast als het op dezelfde voet groeit als het algemene salarispeil in de onderneming, de bedrijfstak of de landelijke loonindex. |
|