Wie gaat samenwonen of trouwen, neemt een belangrijke stap in het leven. Natuurlijk vallen er vooral veel praktische zaken te regelen. Denk aan de hele organisatie op en rond de dag zelf. Maar ook de financiële veranderingen die deze nieuwe fase met zich meebrengt, verdienen aandacht
Zorg voor uw partner Je leven met iemand delen betekent ook: verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Voorzorgen treffen voor als er iets naars gebeurt. Dat geldt natuurlijk nog sterker als er kinderen komen. Maar een deelnemer in het Akzo Nobel Pensioenfonds staat er niet alleen voor. Enkele heel belangrijke financiële risico’s voor de partner (en eventuele kinderen) zijn door het pensioenfonds automatisch al afgedekt.
Welke risico’s zijn er? Zodra een deelnemer gaat samenwonen of trouwen, valt deze onder de regeling voor partnerpensioen. Dat biedt tal van voordelen. Want als u onverhoopt komt te overlijden, kan uw partner aanspraak maken op een partnerpensioen. Dit vult de eventuele uitkering aan waarop de nabestaande mogelijk recht heeft op grond van de Anw. Trouwens, ook bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer biedt het pensioen inkomensbescherming en wordt het pensioen zelfs verder opgebouwd.
Kinderen De eventuele kinderen van de deelnemer hebben na diens overlijden recht op een wezenpensioen totdat zij 18 jaar zijn. Of zolang zij daarna nog studeren, tot uiterlijk 27 jaar. Wezenpensioen bedraagt standaard 10% van het vaste salaris. Onder bepaalde omstandigheden wordt zelfs een dubbel wezenpensioen uitgekeerd.
Scheiding Ook als een deelnemer zijn huwelijk (of de wettelijke partnerregistratie) beëindigt, moeten er vaak zaken geregeld worden met betrekking tot het pensioen. De ex-partner van de deelnemer heeft in principe namelijk wettelijk recht op 50% van het ouderdomspensioen, voorzover dat werd opgebouwd gedurende de relatie. Bij echtscheiding valt het opgebouwde partnerpensioen geheel aan de ex-partner toe. Van deze standaard verdeling kan in overleg worden afgeweken.
06.05.2008
|